De digitale bibliotheek

Afgelopen week riep Mark Zuckerberg de regering op voor een betere regulering van het internet. Volgens de Facebookbaas is er meer actie van overheden nodig om de samenleving te beschermen tegen allerlei schaduwkanten van het digitale web, zoals desinformatie en massasurveillance. Daarom moeten overheden meer controle kunnen uitoefenen op internetbedrijven.

Ken je die mop van dat wilde beest dat zelf getemd wilde worden? – Maurits Martijn

Natuurlijk is Zuckerbergs uitspraak een passage van een uitgekiende PR strategie, maar het is wel heel veelzeggend: een statement maken dat je een te veelkoppig monster wordt. Tegelijkertijd is het ook heel logisch. Bij iedere revolutie breekt een tijd aan van tegenreacties. In de eerste Industriële Revolutie waren kinderarbeid en luchtvervuiling de bij-effecten van een ongereguleerde technologische omwenteling. Nu zijn dat onder andere massasurveillance, ongelijkheid, beïnvloeding en polarisering.

De uitvinder van het www, Tim Berners-Lee, heeft altijd al gezegd dat zijn creatie een weerspiegeling is van de mensheid: the good, the bad and the ugly. Maar de visie waarmee hij 30 jaar terug het web heeft ontworpen is dat het een publiek, open platform is waarin álle mensen kunnen samenwerken, ongeacht grenzen. En precies dát beginsel wordt ongeremd ondermijnd door een paar dominante internetgiganten.

Nutsfuncties

Ondertussen hebben deze grote technologiebedrijven zowat nutsfuncties verworven. Daarom zou er minstens een fatsoenlijke digitale publieke ruimte als alternatief moeten zijn.

Althans, zo dachten een aantal knappe koppen die werkzaam zijn in de publieke sector. Onder aanvoering van Geert-Jan Bogaerts (VPRO) hebben zo’n vijftien partijen het initiatief genomen om te komen tot een nieuw verbond, genaamd PublicSpaces.

PublicSpaces is een coalitie van publieke omroepen en culturele organisaties die het internet willen ‘repareren’. Kort gezegd door op het web een publieke ruimte te bieden die het algemene belang dient en geen winstoogmerk heeft. Onder meer BNN/VARA, EO, het Instituut voor Beeld en Geluid, Pakhuis de Zwijger, Waag, Wikimedia en ook de KB(!) zijn inmiddels vertegenwoordigd in deze coalitie. In het manifesto lees je meer over de gedeelde visie.

In mijn ogen is PublicSpaces een perfecte match met het (openbare) bibliotheekwerk. In bibliotheken kun je anderen ontmoeten, jezelf ontwikkelen, even ontspannen of gewoon zijn. Je bent bij ons welkom, waardevrij en geen mikpunt van commerciële grillen. Bibliotheken zijn ruimtes waar het publieke belang voorop staat. Het is eigenlijk heel logisch dat zulke plekken er ook op het internet zijn. Naast en tussen het bestaande.

Missie Onmogelijk

Hoe ziet dat er dan uit, zo’n publieke ruimte op het web? Zie het als een netwerk van netwerken. Tools, apps en platforms worden getoetst aan de PublicSpaces waarden en er wordt gekeken of ze technisch gekoppeld kunnen worden aan andere PublicSpaces toepassingen. Bij groen licht krijgen ze het PublicSpaces keurmerk. De eerste kandidaten die in aanmerking komen voor dit predicaat zijn:

  • Signal: een beveiligde messaging app
  • IRMA: een login en authenticatie tool
  • ISSO: een commenting tool
  • Peertube: een videoplatform

Noem het maar gerust Missie Onmogelijk. De groene Facebook bouwen en de privacyvriendelijke broer van YouTube groot maken. Dat heeft alles te maken met het netwerkeffect. Hoe meer gebruikers (en dus content) een dienst heeft, hoe meer waarde het heeft voor iemand. De barrière om om over te stappen wordt alsmaar groter. Ondanks hun beste bedoelingen is de kans klein dat u bijvoorbeeld Diaspora, Steemit of Mastodon kent. En KennisCloud kent u ongetwijfeld wél van naam, maar ik acht de kans groter dat u het afgelopen jaar vaker een goed gesprek heeft gevoerd in de rij bij de McDonald’s dan op KennisCloud. 

Als mensen online in contact willen komen met vrienden of gelijkgestemden, dan kijken ze nu eenmaal eerst naar één van de usual suspects en niet naar een new kid on the block.

Daar komt PublicSpaces om de hoek kijken. Samen hebben de partijen in deze coalitie een superbereik van minstens 7 miljoen Nederlanders. Samen vormen de platforms van deze coalitiepartijen een lanceringspiste voor nieuwe digitale initiatieven. PublicSpaces legt deze initiatieven langs haar meetlat, treedt op als een keurmerk en kan deze tools boosten naar het grote publiek. Voorbeeld: als alle bondgenoten hun gebruikers laten inloggen via IRMA, maakt dat IRMA in één klap de grootste. Dán toont zich de meerwaarde van PublicSpaces. Dán kan een digitale publieke voorziening als alternatief ontstaan.

Eén bieb, één taak

Het ontwerpen van PublicSpaces is volgens mij typisch iets dat niet gedaan kan/moet worden vanuit afzonderlijke openbare bibliotheken. Om het netwerkeffect te verslaan, moeten we de handen ineen slaan. We kunnen alleen een redelijk publiek digitaal alternatief bieden als we meedoen als séctor. Om tot dat punt te komen moeten we allereerst gezamenlijk instemmen met de richting die PublicSpaces inslaat. Vinden wij dit als sector belangrijk? Committeren wij ons aan de waarden van het keurmerk? Willen en kunnen wij beproefde PublicSpaces tools integreren in onze dienstverlening? Gaan we dan zelf ook ontwikkelen volgens afgesproken design principes? En doen onze leveranciers ook mee?

Dat er momentum is staat wel vast. Dus laat de vraagbundeling maar beginnen!

 

Meer te weten komen over PublicSpaces? Sander.vanKempen@KB.nl

Bronnen: Decorrespondent.nl, De Technoloog, NRC

Advertenties

Ik ga graag hier het gesprek aan. Schrijf een reactie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s