Gezocht: informatiediëtist

In oktober ben ik voor (minstens) één maand op dieet. Daar heb ik de hulp van de bibliotheek bij nodig. En wel om het volgende.

Iedere maand omarm ik een nieuw aantal uitdagingen. Deze uitdagingen vergroten mijn comfortzone en dwingen mij mijn – vaak onbewust gevormde – concepten en gewoontes eens goed tegen het licht te houden. De uitdagingen zijn op te delen in: opstarten, opschalen en opschonen. Ze vormen 12 small versies van de grote nieuwjaarsvoornemens die miljoenen mensen op 31 december traditiegetrouw beloven. Het inruilen van deze grote voornemens voor maandelijkse uitdagingen, maakt het mij gemakkelijker om nieuwe gewoonten in te slijpen, meer behapbaar om ze vol te houden en overzichtelijker om de effecten ervan te monitoren.

Sommige uitdagingen, zoals de Facebook-, Instagram-, en LinkedInloze smartphone, het meten van mijn smartphonegebruik en het eten van speltbrood, overleven de maand. Het worden gewoonten die mij verrijken en ik dus aanhoud. Anderen, zoals een alcoholvrije maand, doordeweeks koud douchen, niet. Soms komt dat doordat de uitdaging niet lukt, soms vind ik het niet leuk of soms draagt het niet bij aan mijn geluk of effectiviteit.

De maand oktober staat voor mij in het teken van onthaasten. Om dat te bereiken ga ik de volgende uitdagingen aan:

  • Niet harder rijden dan toegestaan, tenzij de verkeersveiligheid daar om vraagt.
  • Rustig over straat lopen.
  • Niet eten achter de laptop (vooral tijdens mijn vroege ochtend ontbijt is dit een gewoonte geworden).
  • Geen telefoon als tijdverdrijf tijdens het wachten op het OV.
  • Afspraken niet kort op elkaar plannen, maar scheiden met rusttijd.
  • Iedere week minimaal 30 minuten in de natuur doorbrengen.

Nu zult u vast denken: maar wat heeft dit te maken met de bibliotheek?

De hele dag word ik online gebombardeerd met informatie. Boeken worden door mijn peers tegenwoordig steevast mustreads genoemd. Dagelijks wordt mij in allerlei gepersonaliseerde (en daardoor vaak superrelevante) blogs en nieuwsbrieven geautomatiseerd toppicks van de redactie voorgeschoteld. Facebook en YouTube zijn speeltuinen voor marketingparasieten die bakken met geld verdienen in hun clickbaitwedloop en vechten om onze aandacht. En dan is er ook nog het ‘alledaagse’ nieuws op journaal en in de krant waar ik over moet meepraten. Ik moet en zal het lezen en beantwoorden.

Natuurlijk is informatieoverload van alle tijden. In 2001 dook al de term informatievermoeidheidssyndroom op door de komst van het internet. Maar de manier waarop anno 2017 de informatiestroom onophoudelijk aandacht naar zich toe trekt, is sterk getransformeerd. We hebben sociale media erbij gekregen en dragen de belangrijkste informatiedrager altijd bij ons in onze broekzak. Dat kan stress veroorzaken. Vooral in de leeftijdscategorie onder 33 jaar komt vaak het gevoel voor dat men iets mist. Het is een welvaartsvorm van the fear of missing out. Want levensbedreigend is het missen van het gros van de informatie niet bepaald.

Toch, ik laat mij niet heel de dag door afleiden door inkomende mailtjes van collega’s, ik gebruik de Forest app op mijn smartphone om het apparaat als een soort zelfbescherming voor een bepaalde tijd te vergrendelen, mijn browsers zijn voorzien van een adblocker, ik krijg geen notificaties van mijn groepsapps en mijn telefoon is verboden grond voor Facebook, Instagram en LinkedIn. Maar ook mij bekruipt dat gevoel dat ik iets mis. Het is mijn eigen schuld. Moet ik maar niet zo mateloos gek zijn op kennis.

Daniel Mügge, Hoogleraar Politieke Arithmetiek aan de UvA, verwoordde het omgaan met FOMO als een hoog goed: “De vrijheid dat alles kan, verdraaid in haar tegendeel: de druk dat zoveel kennelijk moet. Vrij zijn daarom niet zij, die zoveel mogelijk van het advieslijstje afwerken, maar zij die het zich met gemak aan hun laars lappen. Anno nu betekent dat vooral: je van al die must have’s, must read’s, must do’s niks aantrekken.”

Niets aantrekken van notificaties, advertenties en breaking news. Het is nodig, maar tegelijk ook makkelijker gezegd dan gedaan. Guus Pijpers, schrijver van ‘Op Informatiedieet’, zei ooit: “Ik heb nog nooit gehoord dat iemand naar de dokter moest vanwege informatie-overload”. Maar kan een bibliothecaris mij dan misschien een recept voor informatiebalans voorschrijven?

Advertenties

Ik ga graag hier het gesprek aan. Schrijf een reactie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s